Over bladeren en over een wondermooie Carlijn! Gefeliciteerd, Carlijn!

Wie me een piepklein beetje kent weet dat ik kamp met een plantenverslaving. Ik kom dan ook met regelmaat over de vloer bij lokale planten- en bloemenwinkels. Ik ben gek op bladeren. Planten. Boeken. Eén van de mooiste dingen op deze wereld is voor mij bladeren. Waarmee ik bedoel: planten of woorden zachtjes strelen. Het allerliefst blader ik door kruiden. Dat vind ik het zalige aan tijden waarin je niet overal je handen moet wassen. Je vingers ruiken zoveel langer dan je neus. Je kunt met een zweem van heimwee nagenieten van een chocoladegerechtje, de uitgeperste citroen of de basilicumblaadjes in je slaatje.

Het is krokusvakantie. Ijskoud. Alsof de lucht bestaat uit glasscherven. Het regent dat het giet.

Een sfeer van harmonie en gelukzaligheid valt over me heen wanneer ik terecht kan bij Bloemencentrum Poelkapelle voor een binnenreportage. Ik voel de noodzaak om tijdens de reportage af en toe even mezelf te zijn, niet gehinderd door de teugels van plicht wanneer ik in het voorbij gaan heel zachtjes en helend de plantjes streel.

Voor de lens heb ik een prinsheerlijk gezin! Carlijn heeft glinsterende ogen, lange benen en een ongelooflijke gulle lach. Ze weet nog niet wat ze later worden wil, bij voorkeur wel geen vuilnisman, vertrouwt ze me toe.

De mildheid van natuurlijk licht die de serres binnenvalt geven de foto’s iets zacht.

Na de reportage huppel ik de wijde wereld in. Wat een fijn gezin! Wat een fijne reportage! En wat een fijne ijskoude regen! En wat fijn dat de reportage niet buiten doorging!

Hartelijk dank voor het vertrouwen,

Lieve Carlijn, ondertussen was het hoogstwaarschijnelijk eindelijk, eindelijk, na al die tijd een beetje feest! Geniet van elke mooie, wonderlijke dag!

Liefs,

ps: de communieperiodes voor volgend jaar worden zachtjes ingevuld. Wens je ook een reportage? Boeken kan via https://www.ann-elise.be/fotografie/communie%20lentefeest-2.html

Over geliefde klanten kussen ;-) Familieshoot in barak de Vinck

Deze foto’s neuriën zachtjes herinneringen van voor de lockdown in maart. Ik schep de herinneringen als een snel smeltend ijsje. Geliefde klanten kussen en omhelzen… Het lijkt een eeuwigheid terug…

Het is een zondag in barak De Vinck. De zon schijnt door het raampje maar wispeltuurt tussen zon en regen. Mijn klanten zijn zo bijzonder en fijn dat de regen als een blok voor hen valt , ik spreek regen vriendelijk toe en na een tijdje vervult hij mijn verzoek om even te verdwijnen. Ik wil ook buiten foto’s nemen.

Het is een reportage met het gezin van mijn man zijn neef. Bart herinner ik me vooral als (de knappe) neef van manlief tijdens zonnige festivalzomers in de zon (letterlijk en figuurlijk). Tijdens de reportage moet ik heel vaak vaak denken aan mijn schoonvader als ik naar Bart kijk. Best wel een vreemd gevoel, en het bewijs hoe alles en iedereen toch steeds verder leeft.

Herlinde leerde ik kennen als iemand met een prinsheerlijke persoonlijkheid. Yogadocente, massagetherapeut en herborist. Iemand met visie, iemand met wie het altijd fijne en diepgaande gesprekken zijn. Je zou voor minder even langs gaan in Lotus haar relexatiecentrum.

Ik mag hun eerste en zesde klasser in beeld brengen. In de tussentijd presidenten ze met degene die niet in het beeld worden opgenomen. Het wordt een verhaal van zwierig inhalen, inleveren en ten slotte winnen of verliezen.

Na de reportage komen mijn mannen nog even langs zodat we allen samen nog even kunnen napraten. We drinken bier uit heel oude glazen als oude huisvrienden… Genieten van wat is, delen drank en mening over wat er in China gaande is… We denken dat het niets is… samen even afspreken… maar het is alles…

Kom keer je om, stomme corona… Ik heb echt huidhonger… Zin om heel de wereld te omhelzen… Iedereen heeft zijn microklimaat… Ik vertoef in weemoed…. Ik heb de herfst in…

Bart, Herlinde en co: dank je voor de fijne namiddag!

Liefs,

Ook een reportage? Momenteel zonder zoen en drankje maar daarom niet met minder liefde geklikt: www.ann-elise.be

GEEN MONDMASKERS IN DE KLAS! MAIL MEE! MASSAAL!

Niet alleen corona is een ongevraagde gast, maar ook de angstspookjes die gecreëerd worden en het ontbreken van transparantie. Ik ben bang dat er onder sommige maskers een grijns schuil gaat die nog lang niet geweken is.

Ik krijg op mijn dak omdat ik tijdens een workshop na het eten niet meteen mijn mondkapje opnieuw aandoe. Want zo zijn de maatregelen, zo zijn de procedures. Ik ben iemand die rekening houdt met zijn omgeving, zich aanpast en dus netjes het mondkapje terug opzet. Vanbinnen borrelt het. Ik loop al uren rond in Gentse buitenlucht met het kapje, zit buiten op anderhalve meter van mijn metgezellen en wil gewoon – heel even – zuurstof inademen. Mag het? De vrouw die de opmerking gaf, kijkt me met vlammende ogen aan. In haar ogen sta ik al terecht als corona-rebel omdat ik – volgens haar – mijn verantwoordelijkheid niet neem. Er volgt van haar kant een monoloog over de zonderkapjes, de reizende zondaars en het gebrek aan verantwoordelijkheid opnemen in onze maatschappij.

In mijn hoofd vormen zich gezegde waarheden die niet op de radio worden verkondigd. Zoals het verhaal van de 100 besmettingen met slechts 1 zieke in een nabij gelegen fabriek. Heb ik het recht om onrust te stoken en het weten ongevraagd aan te snijden? Om mijn mening te verkondigen? Wanneer ik het doe blijven sommige mensen luisteren, ontaardt er met regelmaat een gesprek maar soms ontstaan er heftige discussies of erger, gaan mensen er verschikt en haastig vandoor. Ik hoor mijn woorden zwijgen in alle talen. Van mijn kant wordt het een binnensmonds met stof gedempt monoloogje.

Wat scheelt er toch met ons? Waarom laten we onze stem niet massaal horen? Ik heb best wel begrip als ik op drukke plaatsen een mondmasker moet dragen maar ik stik in onbegrip als ik denk aan onze middelbare jeugd. Dit kan anders worden aangepakt. Bijna niemand vindt het ok dat onze middelbare schoolkinderen met een mondkapje les moeten volgen. Of dat ze ook aan hun bank het onding niet even mogen afnemen? En toch weerklinkt er geen geschreeuw of geroep. Wat is er mis met ons als we al niet voor onze jeugd opkomen?

Laat alsjeblieft je stem weerklinken! Eén mail naar de directie van een school, naar het ministerie van onderwijs, naar de gezinsbond en naar alle mogelijke instanties helpen niet. Maar wat als we onze krachten bundelen? Wat als we massaal mails versturen? Laat de schooldirectie het klankbord worden. Geef duidelijke signalen die ze niet langer kunnen negeren. Stuur mails. Massaal! Onderschat de kracht van het woord en van samen niet! Hou jullie mails lief en zacht maar streef naar de idealen die we voor onze kinderen voor ogen hebben! Dit is een probleem van het echte leven en één waar we echt wel kunnen toe bijdragen! Laat je leiden door het werkelijke beslissingsproces! Typ die mails! Voel je moreel verplicht om jouw mening de wereld en het postvak in van heel wat mensen in te sturen. Laten we onze beleidsmakers gigantisch irriteren met onze wilskracht en doorzetting! Tot ze hun computer in een hoekje van de kamer willen schoppen. Het maakt niet uit welk hoekje en in welke kamer. Zolang ze maar zuchtend inzien: “neen, een mondmasker in de klas, al zittend, dat hoeft helemaal niet.”.

Dankbare groet,

PS: O ja, moest ik in de tussentijd de lotto winnen, dan brief ik jullie wel even zodat jullie mogen ophouden met mails sturen, wie weet koop ik gewoon even een minister om.

PSS:
Mogelijke mail adressen:

Breekbaar en geurig

Ik doe nogal breekbaar. Ik laat gemiddeld één keer per week iets vallen. Soms kan het ook meer zijn. De balans van deze week: 2 glazen, 1 flesje etherische olie, 1 tas en mijn parfum. Dus: of ik ben onhandig en lomp of ik ben, spreekwoordgewijs, geboren voor het geluk*. 

Etherische olie en parfum zijn pijnlijk. Omdat parfum best wel veel geld kost, besluit ik het een beetje op te deppen met kledingstukken. Een mens moet zuinig zijn. 

Ik ontmoet heel wat klanten die dag die komen voor afhaling of een bespreking. Niemand zegt er wat van, wellicht een beetje zoals met een stinkende adem, je praat uiteraard niet over een overdosis parfum. Wel vluchten ze vrij snel mijn woonwagentje uit en kabbelt het gesprek buiten wel nog even verder. Corona en veiligheidsmaatregelen van hun kant… (Dacht ik). 

In de supermarkt loop ik in de voormiddag iemand tegen het lijf voor wie ik een illustratieproject deed. Aan de kassa vraagt hij of ik voor wil. Typisch mijn lompe zelf zijnde, val ik nog even over mijn schoenveter en neem het plaatsje voor hem in aan de kassa. Vriendelijke mens. 

Pas later wanneer naar de avond toe welgeteld enkele mensen een opmerking maken over mijn weldadige geur (inclusief man, die maar liefst op 6 meter afstand tegen mijn schoonbroer staat te praten net voor ik vertrek – en zich luidop afvraagt waarom ik in godsnaam zoveel parfum aan doe om naar een vergadering te gaan), heb ik het gevoel dat het toch een overdosis aan Si Lolita is. Ik begin te kampen met het idee dat de vriendelijke man in de supermarkt me daarom voor liet. Gisteren even bevraagd aan vriendin die bij hem werkt of ze even discreet wil aftoetsen. Of hij op deze manier misschien zijn probleem met mij te lijf wilde gaan? Want mij laten voorgaan betekent immers minder tijd met een overdosis “Si lolita”. Want het gekke is dat de mevrouw die voor mij was aan de andere kassa ook al had gevraagd of ik voor wou (ik dacht toen dat dit was omdat mijn zoontje Iben een vrij zware doos droeg en het leek alsof ik deze niet wou dragen, maar dat was niet zo, want Iben wou gewoon tonen hoe sterk hij was). 

Alleen tegen mijn man biecht ik in genuanceerde versie de ware toedracht toe van mijn overdosis. 

Maar… Ik zit in met mijn klanten die mijn woonwagen betraden op woensdag en nu anti-reclame maken. Ik hoor het hen al zeggen: “Ze neemt mooie foto’s maar doe geen bijbestellingen. Je wordt bedwelmd bij afhaling”. Dat wordt wellicht het verhaal van mijn verval. Dus ik fluister mezelf toe… Niet schamen maar gewoonlijk eerlijk communiceren. Anders wordt het alleen maar moeilijker. 

Subtiel geurende groet,

*Schrappen wat niet past

Over vrouwen aan de haard en een wondermooie Jeanne voor de lens!

Op een koude ochtend in het prille voorjaar was ik om 7 uur ter plaatse om vuur te maken in barak De Vinck.

Ik vermoed dat vrouwen aan de haard daar vandaan komt. Dat er ooit heel lang geleden een vrouw was die net als ik een beetje verstrooid van aard was, waardoor het met regelmaat gebeurde dat het vuur in de kachel doofde.

Ik denk dat haar man op een bepaald moment zei: “vrouw, blijf alsjeblieft aan de haard”. En dat de zoon van de zoon van die man dat is blijven herhalen tegen zijn vrouw en uiteindelijk één of andere politieke partij heeft opgericht met als slagzin “vrouwen aan de haard”. Iemand als ik, was dus medeverantwoordelijk voor het stichten van dergelijke partij. Of toch niet. Iemand als haar man was daar verantwoordelijk voor. Want mijn man heeft meer begrip, dus ik vermoed dat als die man wat meer op mijn man had geleken er een partij zou zijn opgericht waar ze heel begrijpend glimlachen, je blijven de kans geven om het toch maar goed te doen en komen helpen waar nodig.

Stel je voor, dan stond er met regelmaat een politieke partij aan de deur om te vragen of ze je met iets konden helpen. Hoe fijn zou dat niet zijn?

Soit, het moraal van het verhaal. Ik was heel blij dat het binnen warm was voor mijn klanten. Met dank aan de kachel en mijn volhardendheid en zonder tussenkomst van mijn man of wie dan ook :-).

Ik had toen nog geen weet, hoe vanzelfsprekend warmte in onze samenleving was. En dat niet enkel mijn bankkaart maar ook ikzelf met regelmaat contactloos zou worden…

Ik mis mijn leven van toen, en het is zonde dat ik toen, op die dagen, niet bewust was van welke rijkdom ik toen bezat. Ik mocht nog handen geven, knuffelen en kussen met vreemden.

Ik hoop zo dat ik binnen enkele maanden kuchkapje in een sprookje kan gieten en dat de kinderen van onze kinderen met rode oortjes luisteren naar dat bizarre verhaal van 2020.

Hoe ik zelf over corona en de maatregelen denk? Wel, hangt af van hoe laat het is en wat ik gedronken heb :-). Grapje. Neen, ik vind dat er te veel angst wordt gecreëerd, dat er te weinig wordt in gezet op het versterken van ons immuunsysteem. Als je het mij vraagt? Blijf vooral niet in je kot maar ga naar buiten! Adem die zuurstof in, in bossen en velden, ga wandelen! Geniet van de zon! Van gezonde voeding! Laat kinderen buitenspelen en zich vuil maken! Wordt geen smetvrezer op plaatsen waar het niet hoeft (zoals je eigen tuin bijvoorbeeld)! Maar dat is mijn verhaal en zienswijze die wellicht gekleurd is door de mensen met wie ik sprak en de artikelen en boeken die ik las.

Verder luister ik. Respecteer ieders grens en behoefte. Verander in mondkapje waar het moet maar stel me vragen als ik het ding aanmoet in publieke buitenruimtes zonder ander publiek. Ook al heb ik best een heel mooi mondkapje dat perfect past bij het kleur van mijn ogen, ik geloof en voel dat het mondkatoentje er voor zorgt dat ik minder zuurstof binnenkrijg.

Maar goed, terug naar toen. Naar die wondermooie zondagmorgen. Précorona.

Een heel fijn gezin. Positiefs en speels. Met een veelkleurige schoonheid verschijnen ze ondertussen jaarlijks voor mijn lens. Een gezin die zonder meer wat van hun gezelligheid kan verhuren. Ze zijn een beetje de samenvatting van mijn favoriete klant :-).

Alle drie de kinderen hebben iets bijzonder moois over zich. Dit jaar mocht Jeanne in de picture. Tijdens de fotoshoot droomde ze af en toe heel even weg. Op andere momenten was haar blik bijzonder fris en contrasteert het aandoenlijke met de omgeving.

Een wondermooie reportage van een wondermooi gezin. In juli had Jeanne een klein feestje om haar vormsel te vieren! Gefeliciteerd Jeanne!

Het was een eer om jullie als klant te hebben!

Hartelijk dank voor alles!

Liefs,

www.ann-elise.be/fotografie

Over de bijna-dood-ervaring die niet in beeld werd gebracht en nog van die dingen

De bomen zongen zachtjes mijn naam. De vogels kwetterden bezorgd en de warmte van de zon zuchtte in mijn slaap. Mijn hoofd vol, mijn gevoel wat leeg. Bij wijze van verstrooidheid was ik de vuile was aan het buiten hangen (echt, letterlijk). Ik moest naar het echte buiten toe. Ik moest weg. Het was die tijd van het jaar. Die tijd om naar de horizon te staren, boeken te lezen, nachten lang sterren te kijken en godganse dagen in blote voeten rond te struinen.

We vertrokken met willy wagentje, ons volkswagenbusje, richting ongedwongenheid. Ik had een mailtje gestuurd naar een kleine, gezellige camping op 3,7 centimeter rijden op Google Maps om enkele dagen tot rust te komen.

We landden op een wondermooie plek. Alsof ik de wereld even zelf bij elkaar had gedroomd. Zo mooi! Zo puur! Zo lang leve het buitenleven.

Op vakantie denk ik in beelden maar neem zelden foto’s. Geen foto’s nemen is voor mij een vorm om een bepaald moment volledig te kunnen omhelzen en grijpen.

Het voordeel van ons busje: we zijn veroordeeld tot het buitenleven. Het is veel erger naar de regen te kijken dan hem te voelen. We waren het die eerste dag regen alleen een beetje vergeten. Gelukkig houden we van knusheid, lezen, staren en nabijheid.

Maar de andere regenmomenten hielden we voor lief en zo werden er bijvoorbeeld ook daar geen foto’s van genomen.

Zo waren er bijvoorbeeld ook geen beelden van ons geweldig urendurende bergfietstochtje bij temperaturen van +30 graden.

Een fietstochtje dat ik in het begin heel avontuurlijk vond. Want onderweg zijn en verdwalen onderweg. Dat was toch zo typisch ons? Niet? We keken elkaar gelukkig aan want toen wisten we nog niet wat er ging volgen. Want in de namiddag werd algauw duidelijk… we waren niet voorbereid, te verdwaald, te veel uren zonder water. Onze door avonturen opgezwollen moed verleidde ons tot diefstal. Na enkele uren zonder water, barstende hoofdpijn en het “ik-kan/wil-niet-meer-gevoel” besloten we water van de lokale koeien te stelen. Manlief stond op wacht voor de stier in de weide – want dat was de deal. Want anders kon ik geen water drinken uit de drinkbak en stierf ik wellicht uit waternood of door de stier (stier-f :-)) en dan was hij vrouwloos. Ik had er uiteraard het vertrouwen in dat, als het al tot een gevecht kwam, hij wellicht zou winnen van de stier. Want uiteraard ging ik hem niets laten doen met gevaar voor eigen leven. Zo ben ik niet.

En, zo zijn er ook geen beelden van ons campingpaard die de bloemen uit het vaasje van onze buren hapte.

Geen beelden van onze gezellige, boeiende buurman die ’s avonds laat op zijn gitaar tokkelde en me met zijn stemgeluid naar dromenland voerde.

Geen beelden van de andere fijne mensen die we ontmoetten. Van die heerlijke rebellen, eigenzinnige en muzikale dromers en denkers. Van die rode wijn gesprekken met een heerlijke afdronk. Van de lijstjes met de boeken die gelezen moeten worden, muziek die zou moeten weerklinken en de campings waar we elkaar misschien ooit nog treffen.

In de anderstalige gesprekken waren mijn engels en frans soms een kaakslag voor de taal, maar toch werd er naar mij geluisterd. En zelfs geglimlacht omdat ik ondanks mijn slechte taligheid toch talent bleek te hebben voor anderstalige woordgrapjes (wat uitzonderlijk blijkt te zijn voor slechttaligen). Driewerf hoera! Blijk ik weer over een uitzonderlijk, niet bruikbaar talent te beschikken :-).

Ah, daar! Die plek! Die mensen die we ontmoetten, hebben me gegrepen met open armen! Samen met onze nieuwe metgezellen tuurden we naar sterren en naar de horizon. Hoopvol vooruit. Puttend uit nieuwe ontmoetingen. We wisten dat we allen verder zouden bouwen, drijven… op wat ons drijft en onze idealen voedt.

En zie… daar had manlief nu wel beelden van! Mee met de stroom van positiviteit en anders durven denken.

Lief leven, wat zie ik je graag!

Liefs,

Ann-elise

Ah, ah 1 minuut later en ik krijg al een corrigerend op het matje roepend corona mailtje… Voor de durvers onder ons: even proberen, je kunt op andere halve meter gesprekken aangaan, zelfs iemand met je ogen omhelzen! Doen! 😉

Collectief verliefd op deze kleine man I familiereportage I familieshoot

Het prille begin van het voorjaar. Kale takken maken nog deel uit van het landschap. Er wolkt nog damp uit de monden wanneer we elkaar ’s morgens begroeten. Het is het voor ‘coronatijdperk’. Er worden nog handen geschud.

Soms ben ik bang, dat het niet meer terug komt. De onbezorgdheid van voor corona. Geen enkel moment is blijvend, dat besef ik maar al te goed. Zelf heb ik heb iets melancholisch en alles wat kwijt is voelt steeds als weemoed. Ik weiger te luisteren naar mensen die herhalen dat het wellicht nooit meer als vroeger komt. Ik laat hun woorden langs me heen glijden. Ik wil niet blijven hangen in deze gedachte. Of in éénrichtingsverkeer wanneer je ergens naar toe wandelt. Ik, van wie de schaamte zo dikwijls wortel schoot als ik weer eens deel uitmaak van een fout begroetingsritueel (te veel of te weinig kussen) mis het kussen met vreemden.

Maar goed, die ochtend heb ik dus een reportage met familie Vandecandelaere. De kleine barak vult zich met gezelligheid.

Heerlijk om te zien hoe welkom hun eerste (klein)kind/neefje is. Je voelt bij iedereen de hele tijd een soort beweging, een soort impuls die hen naar dit kleine jongetje toe drijft. Allemaal zijn ze verliefd op deze kleine man. En kleine Achille kijkt toe… Hij voelt en weet hoe graag hij gezien is.

Hun houding wanneer ze met Achille spelen straalt zoveel tederheid uit, terwijl ik de beelden vast leg, ben ik met een stomheid geslagen, het licht valt perfect binnen, het voelt als een beeld dat niet kan bestaan, ik vermoed dat ik het nooit zal kunnen vastleggen zoals het toen op dat moment was. Het stof dat dwarrelt, de gezelligheid van de houtkachel en dat gevoel van tederheid.

Hartelijk dank voor de fijne zondagvoormiddag en het vertrouwen!

Heel veel liefs,

www.ann-elise.be/fotografie

Twee vrolijke zusjes

Begin maart. Ik plan een weekendje fotoreportages in Barak De Vinck.

We blijven er zelf een avondje slapen. En terwijl er bij ons thuis meer tijd zou moeten zijn (thuis hebben we aanvoer van warm water, elektriciteit, verwarming, ik hoef niet met emmers zeulen als ik mijn jongens in het bad stop, …) heb ik het gevoel van tijd te hebben. We hokken samen in één bed terwijl Rube trekzak speelt en ik voel me zo verbonden met alles wat is. Het voelt een beetje als sokken die elkaar vanzelf vinden.

De reportages die volgen zijn heerlijk. Net als deze mini-reportage met deze twee lieve zusjes. Twee lieve kleine spookjes die zoals het spoken nu eenmaal beaamt… heel geestig zijn!

Een reportage om met de glimlach op terug te blikken.

Dank je voor het vertrouwen!

Liefs,

Ann-elise

www.ann-elise.be

Sam en Fons slaan een zusje aan de haak! Geboortekaartje Rosa! Gefeliciteerd!

Maart. Eindelijk. Een boordevolle agenda vol prinsheerlijke reportages! Ik loop op wolkjes!

Naast de wolkenloper vat ook mijn kritische zelf, als geestdriftige toeschouwer post. Hij, (alles wat groots is, is mannelijk) die me spottend aankijkt en reikhalzend uitkijkt naar elk moment van zelfontreddering. Want dat heb ik na elke winter. Een gevoel van paniek. Gedachten die met me neuzeneuzen. Als niet te rijmen rijmpjes. Enfin, ik maan mijn kritische zelf bij deze reportage aan om af te ronden voor mijn klant er is. Hij veegt nog even rustig en uitgebreid zijn voeten aan me af, kijkt naar de grijze lucht en gaat er van door.

Mijn kritische zelf had gelijk. Het is best een grijze dag. Ik twijfel of het wel goed was om de reportage te laten doorgaan. Of het dan toch niet zal regenen? Ik word getroffen door een plaatselijke “brainstorm” van wat er fout kan lopen.

Net op het moment dat Evelien, mijn klant, met haar kinderen aankomt, scheuren de wolken open.

Verwikkeld in een een heel fijne reportage geniet ik van mijn eerste lentegevoel. Evelien wil een kaartje waarbij Fons en Sam een zusje aan de haak slaan.

Sam praat honderduit. Vertelt me haar kleine en grote geheimpjes. Als fotograaf is het uiteraard belangrijk om geheimen te sorteren. Sommige worden vergeten, anderen zijn zo mooi en zo lief dat je ze jaren koestert.

Fons is in het begin best verlegen, maar na een tijdje ontdooit hij zachtjes. Hij vertelt dat hij zijn zusje in de buik Rosa wil noemen. Mama laat weten dat ze nog geen naam hebben. We eindigen de reportage vrolijk met loopwedstrijdjes die ik zonder meer verlies.

De weg naar het geboortekaartje die hun in pasvorm toe straalt is even aftoetsen. Ik stuur een vrij eenvoudig kaartje door. Evelien suggereert een extra portie vrolijkheid hashtag meer kleur en omschrijft hoe ze het ziet. Ze zijn een vrolijke familie vol met kleur en willen dit ook uitstralen. Er is nog geen watertekort, dus ik heb wel nog wat water voor bij de wijn 😉 en teken een kudde vrolijke visjes en voeg wat kleur toe aan de foto. Inwendig bruis ik als SPA rood als Evelien een tweede mailtje terug stuurt dat het kaartje perfect is.

Het kaartje had zo’n drang om het nieuws te verkondingen dat het even vertoeft in de brievenbus van onze buren. Voor mij is het altijd spannend als ik zelf de eindwerking niet doe omdat er sowieso nog kleine wijzigingen gebeuren qua uitlijning, afhankelijk van de datum en de naam.

Ik word op slag vrolijk van het kaartje!

Dankjewel familie Deprez voor deze prinsheerlijke reportage!
Wat een fijne, vrolijke samenwerking!

Geniet van lieve, kleine Rosa!

Heel veel liefs,

Ann-elise

www.ann-elise.be/


Onze eerste keer :-)

Corona…

Na enkele weken zijn er bepaalde dingen heel lastig.

Eerst de min of meer logische dingen.

  • ik moet afstand houden
  • ik hou afstand en ik heb het gevoel dat deze manier van leven mij niet zo bevalt (al hou ik me wel aan de regels)

Maar er is nog iets dat knaagt. Ik weet niet meer wanneer ik de laatste dingen heb gedaan voor het corona werd.

  • Wanneer en met wie ik de laatste keer uit eten ben geweest
  • Wie ik als laatste buiten ons gezin heb gezoend (ik denk Jona zijn neef en zijn vrouw)
  • Wie ik als laatste knuffelde (ik denk mijn zus)
  • Wat ons laatste gezinsuitstapje was
  • Wie er het laatst bij ons op bezoek was
  • Met wie ik de laatste keer de slappe lach had
  • Tegen wie zijn schouder ik de laatste keer duwde
  • Wie er de laatste keer ‘iets*’ uit mijn haar haalde (*stro, gras, bloemen, … )

Ik spreek af met mezelf om alle eerste keren sinds corona bij te houden.
Want eerste keren zijn toch wel bijzonder.

Dinsdag maak ik voor het eerst sinds corona een wandeling op verplaatsing met een goede vriendin en mijn oudste zoontje. Wanneer we door tijdsgebrek de wandelroute moeten onderbreken (en nogal letterlijk terug moeten lopen om op tijd zoonlief op te pikken op school) heb ik de gedachte dat we ook nog een eerste wandeling op verplaatsing moeten maken met ons gezin. Als we het nu niet doen dan vergeet ik misschien wanneer onze eerste wandeling op verplaatsing was.

Ik ben niet zo goed in dingen niet afmaken dus besluiten we om de wandeling van op dinsdag de woensdagavond met ons gezin te wandelen. Ik kijk op het plannetje en heb het idee dat we dinsdag ongeveer in de helft van de wandeling waren met onze 10 km heen en terug.

We wandelen vrolijk de avond tegemoet. Het is een uurtje stappen. Maar dan is het opeens nog een uurtje stappen. Ik haal mijn schouders op. Met een beetje geluk zijn we er – als ik kijk waar we ongeveer terug moeten zijn – binnen een uurtje.

Ze stappen verder om niet onbeleefd te zijn. Mijn jongens leren dat het soms lastig is om mijn kinderen te zijn. Dat het vooral lastig is als ik wil gaan wandelen.

Ik prik in de zij van mijn uitgewandelde wandelpartners, probeer hun op te vrolijken maar blijk een blok aan hun vermoeide been. Ze vinden zelfs mijn grapjes niet grappig.

Rube, mijn tienjarig zoontje, wijst me erop dat we binnen onze gezinsstructuur eerlijkheid als strategie hebben verkozen en dat het fijn zou zijn dat ik er in het vervolg ook even bij vertel hoe lang mijn wandeling duren zal. Dit is niet de eerste keer. Hij verwijst naar enkele wandelingen op reis waar ik maar bleef doorwandelen omdat ik zonodig de top wou bereiken. Ik weet dat ik schuldig pleit. Als een daad van verzet stapt hij stevig door. We kunnen hem met moeite bijhouden.

Dit is een stuk van de realiteit van de wandeling. Onze wandeling lijkt een beetje op het dagelijkse leven. Mooie en minder mooie momentjes wisselen elkaar af.

Want op andere momenten genieten we van de fantastische zonsondergang, lachen we met de kalfjes die wel heel veel interesse in onze hond vertonen, vinden we mijn grapjes wel grappig, houden we een hooi gevecht, hebben we een we-zien-wel-hoe-het-loopt-principe-mentaliteit, zijn we ongelooflijk gelukkig, huppelen en fladderen we door het leven.

Na drie uur stappen bereiken we ons busje. Uitgeput, geradbraakt, pompaf, total loss. Blaren, pijne ruggen, gepijnigde benen… Maar het kan ons (bijna) niets schelen!

We zijn er! Net voor de zon volledig aan de hemel verdwijnt. Onze eerste keer wandelen op locatie is er eentje om niet te vergeten!

Lang leve alle eerste keren!


PS: Nog een eerste keer om te delen: Ik voel me best wel hip in dit coronatijdperk! Meer mensen beginnen om mij te lijken! Mijn wenkbrauwen zijn opeens in! Ik vermoed dat ik heel binnenkort een blog schrijf over al mijn schoonheidsrituelen ;-). Over hoe hip het is om af en toe je benen eens niet te scheren.
Stiekem vind ik het jammer dat schoonheidssalons terug zijn opengegaan… Voor het eerst in mijn leven had ik het gevoel dat ik een trendzetter was!